Rembrandt


embrandt van Rijn werd geboren in de Weddesteeg in Leiden en woonde er de eerste 26 jaar van zijn leven. Dat waren belangrijke jaren. Hij leerde op de Latijnse school de klassieken en besloot vervolgens schilder te worden. Hij ging daarvoor in de leer bij Jacob Isaacsz Swanenburg, die woonde aan de Langebrug. Eenmaal volleerd vestigde hij zich in Leiden als zelfstandig schilder. In zijn Leidse atelier is menig meesterwerk ontstaan. Rembrandts ouders liggen begraven in dezelfde kerk als Jan Steen en Gerrit Dou, de Pieterskerk. In het stedelijk museum De Lakenhal hangt een schilderij uit de Leidse periode van de schilder.

De Leidse Hofjes

Leiden telt 35 hofjes in de binnenstad. Deze hofjes zijn stuk voor stuk idyllische plekjes, waar het stadsrumoer is buitengesloten en waar het lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan.

Hofjes zijn stichtingen, bestemd voor de huisvesting van arme bejaarden. Ze zijn zo genoemd omdat ze meestal gebouwd werden als een verzameling kleine huisjes rond een gemeenschappelijk binnenterrein.

Vaak is er slechts één in- en uitgang, die via een gang of door een hal uitkomt op de openbare weg. Gewoonlijk was er een portier, die de openings- en sluitingstijden in de gaten hield (dus op het vastgestelde uur de poort sloot en er niemand meer inliet) en verder hand- en spandiensten verleende aan de bewoners en de regenten. Het bestuur van de stichting bestond bij de stichting meestal uit familieleden van de stichter, maar later kwamen veel hofjes onder de zeggenschap van instellingen op het gebied van de armenzorg.

Vaak was er een aparte vergaderruimte voor het bestuur, de regentenkamer. In enkele gevallen is die kamer buitengewoon fraai aangekleed, zoals bij het hof Meermansburg. De regenten regeerden soms met vrij strenge hand en bonden de bewoners aan een reglement, dat zeer veel zaken voorschreef. Voor de bewoners was het een grote gunst dat zij gratis mochten wonen en vaak nog uitkeringen in de vorm van brood, vlees, bier, hemden en schoenen kregen; daar mocht wel tegenover staan dat zij zich heel netjes en dankbaar zouden gedragen. Het leven in een hofje was doorgaans dan ook een toonbeeld van rust en netheid.

Hofjes werden meestal gesticht door rijke, bejaarde mensen. Zonder twijfel hoopten ze dat, na hun dood, de gebeden van de bewoners zouden helpen bij het verkrijgen van een plekje in de hemel.

Musea

Waar ter wereld vindt men een Tibetaanse nomaden tent, een anatomisch theater, historische munten en penningen, een Egyptische tempel, Nederlandse landschapschilderkunst, een metershoge camarasaurus en exotische planten op loopafstand van elkaar? In Leiden. Ooit geacht als tweede stad van het land, Beroemd om zijn lakenindustrie. Bekend door de eerste universiteit. Leiden biedt een enorm aanbod aan kunst en cultuur, oud en modern, uit heden en verleden, van veraf en dichtbij, bekend en onverwacht, bijeengebracht in tien musea - inderdaad: op loopafstand van elkaar.

Pilgrim Fathers

oen de Pilgrims vanuit Engeland naar Holland vluchtten om vervolging te ontlopen, waren ze èèn van de vele groepen die veiligheid vonden in Leiden. Holland was tolerant, nadat het zelf had kennis gemaakt met de Spaanse bekeringsdrift en zich had bekeerd tot het nuchtere Calvinisme. Bovendien onderkende het ook de economische voordelen van deze toevloed van ambachtslieden uit andere landen; de bloei van de Leidse lakenindustrie had veel te danken aan de komst van bijvoorbeeld Franse en Vlaamse wevers.

De Pilgrims leidden van 1609 tot 1620 een rustig leven in Leiden. Ze hielden hun kerkdiensten in een kapel van de universiteit. William Bradford was lid van het wolgilde en dominee John Robinson woonde op de plek waar later het Jean Pesijnhofje werd gebouwd. Robinson bleef achter in Leiden, stierf en werd begraven in de Pieterskerk in 1625. In de Pieterskerkchoorsteeg is nog steeds het huis te vinden waar William Brewster met zijn Pilgrim Press opruiende pamfletten drukte, die naar Engeland werden gesmokkeld. De rust en veiligheid was niet genoeg voor de Pilgrims. De tolerantie waar ze zoveel voordeel van hadden werd een bron van irritatie. Teveel verschillende geloven en leefwijze beïnvloedden hun nageslacht en na 12 jaar besloten ze te vertrekken naar de Nieuwe Wereld om daar een gemeenschap te stichten die helemaal op hun overtuigingen gebaseerd was.
Momenteel is ter nagedachtenis van het verblijf van de Pilgrim Fathers in de Beschuitsteeg het Leiden American Pilgrim Museum ingericht.

Leidens Ontzet.... in historisch perspectief

et huidige Nederland was in de 15e en 16e eeuw onderdeel van het rijk van de Habsburgs, dat zijn grootste omvang kende onder Karel V. Zijn opvolger, Filips II, trof in dit noordelijke deel van zijn rijk echter een landje dat inmiddels sterk was beïnvloed door de Reformatie. Godsdienstige meningsverschillen waren echter maar een onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648); de behoefte aan grotere staatkundige vrijheid speelde eveneens een rol. Onder leiding van Willem de Zwijger kwamen de Nederlanden in opstand tegen het centraal gezag in Spanje. Het grootste deel van die strijd speelde zich af in de Zuidelijke Nederlanden; vanaf het einde van de 16e eeuw konden de Noordelijke Nederlanden zich bevrijd noemen. Daar ging echter wel strijd aan vooraf en het Beleg en Ontzet van Leiden speelden daar een grote rol in.

Gouden Eeuw

oen de Noordelijke Nederlanden zich aan het eind van de 16e eeuw hadden losgewurmd uit de greep van de Habsburgs en een zelfstandige staat waren geworden, brak een tijd van grote welvaart aan. De koopmansgeest regeerde, Holland kocht en verkocht over de hele wereld. Leiden was in die tijd beroemd om zijn lakenindustrie. Door deze rijkdom breidde de stad zich snel en steeds verder uit en werden de rijke huizen gebouwd die nog steeds te bewonderen zijn aan grachten zoals het Rapenburg. Maar ook de talloze hofjes verwijzen naar de toenmalige rijkdom van de stad; veel kooplieden lieten deze oudedagsvoorziening voor arme mensen bouwen om zo hun plaats in de hemel veilig te stellen. Veel beroemde schilders, waaronder Rembrandt van Rijn, woonden en werkten in de stad met het bloeiende kunstleven. De functie van marktplaats, zoals Leiden die al in de Middeleeuwen had, werd belangrijker en de bouw van stad met zijn waterwegen stond vooral in het teken van economische bloei.